Middeleeuws Feest

    Zondag 30 april 2017
    Een schitterende historische middag in een historische omgeving

    Deze Kwakzalver kan U van al uw kwaaltjes afhelpen
    De tijd wordt op 30 april vierhonderd jaar teruggedraaid. Zo kunt U een dag op Kasteel Mheer ervaren in het jaar 1617.
    Met oude ambachten, wagenspel, diverse acts, kwakzalvers, varken aan het spit, middeleeuws muziekgezelschap, rechtspraak door de schout en schepenen enz.
    Dit alles in de entourage van 1617, midden in de tachtigjarige oorlog, maar wel tijdens het twaalf jarig bestand. Het kasteel is net aanzienlijk uitgebreid door Heer Winand en in dat jaar viert de schutterij haar 50 jarig jubileum.

    Hoogtepunt van de middag is dan ook:
    Het aanbieden van de zilveren koningsvogel door Heer Winand van Imstenraedt, Heer van Mheer samen met zijn vrouw Mechteld van den Bongaert aan de jubilerende schutterij. Winand en Mechteld van Imstenraedt zullen met paard en wagen arriveren op het kasteel en de schutterij zal ter ere van het 50-jarig jubileum de nieuwe zilveren vogel in ontvangst nemen, zoals dat ook in 1617 gebeurde.

    Lokatie: Binnenplaats van Kasteel Mheer
    Klik op de aankondiging voor een vergroting

 Programma

  • Zondag 30 April van ca. 12.00u. tot ca. 19.00u.
    De binnenplaats van Kasteel Mheer
    Even na twaalven zal op het kasteelplein het feest in gang gezet worden door het aanslaan van de eerste ton bier.

    De ambachtslieden zullen zich een plaatsje zoeken op het kasteelplein. Een klompenmaker, Imker, Mandenmaakster zullen hun waar ten toon spreiden en aan het volk laten zien hoe zij hun ambacht uitvoeren.


    Uiteraard trekt zo'n feest ook allerlei ander volk aan: kwakzalvers, waarzegsters, bedelaars en noem maar op zullen zich ook onder de feestvierders bevinden.

    De schout en de schepenen zullen vervolgens aan het woord zijn want onder begeleiding van de schutterij zal een misdadiger berecht worden. Wat de uitspraak ook moge worden: de schutters hebben de galg alvast opgericht...
    De vierhonderd jaar oude Koningsvogel van Schutterij St. Sebastianus van Mheer
    Tegen de klok van 3 uren zal de kasteelheer Winand van Imstenraedt met zijn vrouw Mechteld van de Bongaert per koets arriveren op het kasteelplein.

    Nadat zij samen met de genodigden van hun maaltijd gebruik hebben gemaakt zal de schutterij zich opstellen op het kasteelplein en zal Heer Winand de nieuwe zilveren koningsvogel aanbieden aan de schutterij.

    Naar verluid is er ook een delegatie uit Luxemburg onderweg. De Luxemburgse Benedictijnen zijn voornemens om aanspraak te maken op hun recht om de tienden te heffen in de Heerlijkheid Mheer. We zijn benieuwd hoe Heer Winand daar op zal reageren.
    Muziekgeelschap 'Wronghel en Wei' De hele dag door kunt U verder genieten van de schitterende middeleeuwse klanken van de muziekgroep 'Wronghel en Wei'.

 Historie

  • 1617
    Kasteel Mheer gezien vanuit het zuidoosten. Hier liep vroeger de grote weg van Onder-Mheer naar Boven-Mheer. Het gedeelte wat we hier op de foto zien, is gebouwd tijdens het twaalfjarig bestand in de tachtigjarige oorlog. We schrijven het jaar 1617. We zitten midden in de tachtigjarige oorlog die al sinds 1568 woedt. Het platteland leidt enorm onder de oorlog want nu eens moeten ze de Spaanse legers fourageren en onderbrengen en dan weer de Hollandse. Daarnaast trekken er ook nog huurlegers rond die niet of niet genoeg van hun opdrachtgevers betaald krijgen en die hun soldij dan maar bij de bewoners van het platteland vandaan halen.
    De strooptochten, moordpartijen en verkrachtingen zijn niet van de lucht. Vooral de Hessische troepen en de Kroatische huurlingen zijn in deze streken berucht. Maar in 1609 zijn de Spaanse en Hollandse legers overeengekomen dat er tijdelijk geen oorlogshandelingen meer zouden plaatsvinden. In deze relatieve rustige tijd zijn de bewoners van deze streken weer in staat om enigszins te herstellen van de verschrikkelijke oorlogsjaren. Het is ook de tijd waarin de Heer van Mheer, Winand van Imstenraedt besluit om zijn Huis Mheer uit te breiden. In 1612 wordt er begonnen met de bouw van de bijgebouwen die in carré-vorm om het kasteelplein heen gebouwd zijn. En in 1617 zijn de werkzaamheden gereed. Boven de toegangspoort van het kasteelplein laat Heer Winand een gevelsteen inmetselen met het alliantiewapen van hemzelf, Winand van Imstenraedt en van zijn vrouw Mechteld van den Bongaert.
    Koning Filips II van Spanje In 1564 heeft de Spaanse Koning Filips II per koninklijk besluit aan de de vader van Winand, Gerard van Imstenraedt, de titel Heer van Mheer toegekend en dat betekent dat Mheer nu een Heerlijkheid is. In 1567 wordt door diezelfde Gerard van Imstenraedt de schutterij opgericht. Of dit gebeurd is vanwege de oorlogsdreiging is niet bekend. In 1566 is immers de beeldenstorm losgebarten en vanaf 1568 was Mheer verwikkeld in de tachtigjarige oorlog. Misschien vond de kersverse Heer van Mheer dat gewoon bij zijn stand horen.

    Wie niet zo blij was met de verheffing van Mheer tot Heerlijkheid waren de Benedictijners uit Luxemburg. Mheer was immers voor een deel kerkelijk bezit waarvan de kasteelheer erfvoogd was en waar de Benedictijnen tienden (belasting, een tiende van de opbrengst van het land) konden heffen. Door de oorlog was de tocht van Luxemburg naar Mheer om de tienden te komen opeisen veel te gevaarlijk en
    verkocht men deze rechten aan de Jezuïeten in Maastricht. Er zijn talloze rechtstukken bekend waarin de conflicten tussen de Jezuïeten en de Heren van Mheer geschillen betwisten om die tienden.

    In 1617 betond de schutterij 50 jaar en Heer Winand vond die gelegenheid zó bijzonder dat hij besloot om aan de schutterij een zilveren koningsvogel te schenken. Deze koningsvogel wordt heden ten dage nog steeds gedragen door de Koning van de Schutterij. Het is het oudste stuk dat de schutterij in haar bezit heeft.

 Kasteel Mheer

  • Beschrijving van het kasteel
    Het Huis Mheer gezien vanuit de kasteeltuin Het kasteelcomplex bestaat uit een viervleugelig slot en een U-vormige nederhof. De vier vleugels van het slot liggen om een kleine binnenhof die bereikbaar is via een loopbrug over een droge gracht en die leidt naar een toegangspoort in de zuidelijke vleugel. De westvleugel, waarin een zaal is opgenomen, is het oudst en stamt uit het begin van de 14e eeuw.

    De noordvleugel werd aan het eind van de 14e eeuw gebouwd, terwijl de oostvleugel met de forse ronde toren in de 15e eeuw werd aangebouwd. Die ronde toren staat echter op fundamenten die veel ouder zijn, waarschijnlijk uit de late 11e eeuw. Ten slotte de afsluitende zuidvleugel, met aan de binnenzijde een arcade op hardstenen zuilen, die rond 1570 verrees.

    De nederhof heeft aan de oostzijde een poortpaviljoen 1612 met daarin een hardstenen toegangspoort die wordt bereikt via een brug gelegen over een, eveneens, droge gracht. De poort is voorzien van het alliantiewapen van Winand van Imstenraedt en Mechteld van de Bongart, die de kasteelhoeve tussen 1612 en 1623 (dus tijdens het Twaalfjarig Bestand) lieten bouwen. De kasteelhoeve heeft in de zuidoosthoek een ronde toren uit 1619.

    Het interieur van het kasteel bevat een schoorsteen uit 1514 waarop enkele wapenschilden aanwezig zijn en verder nog een schoorsteen uit 1667. Aan de noordzijde van het kasteel bevindt zich een kasteelpark uit 1852, aangelegd door P. Custodis in opdracht van Otto Napoleon de Loë, de toenmalige eigenaar van het kasteel.

    Kasteel Mheer is het enige kasteel in Nederlands Limburg met een hardstenen mezekouw of pekneus. Deze bevindt zich boven de ingangspoort van de voorburcht.

  • Geschiedenis en bewoners van het kasteel
    Kasteel Mheer vóór de verbouwing van begin 20e eeuw Op de plek van het huidige kasteel zou in de Romeinse tijd een vuurtoren hebben gestaan die onderdeel uitmaakte van een keten van vuurseintorens voor de heerbaan tussen Maastricht en Trier. Het eerste deel van het kasteel werd gebouwd in 1314 in opdracht van de graaf van Dalhem, de latere hertog van Limburg en nog later hertog van Brabant. De eerste bekende leenheer van Mheer was Wilhelmus (Willem) van Mere, die het huis in leen had van de hertog van Limburg en de bestuursmacht over het
    gebied in leen van de graaf van Dalhem. Willem wordt in 1314 genoemd in een register van hertog Jan II van Brabant. Twee jaar eerder was Jan II hertog van Brabant geworden en dus tevens hertog van Limburg (sinds zijn vader Jan I de Slag bij Woeringen in 1288 won) en graaf van Dalhem (sinds Hendrik II in 1239 Dirk van Hochstaden versloeg). Of deze Willem van Mere familie is van ene ridder Gozewijn van Mere (genoemd in 1262-1272) en ene Willem van Mere (die rond 1200 Gulpens en Mheers land aan het Akens Mariastift zou hebben geschonken) is niet bekend. Deze leenheren hadden ook bezittingen in Libeek en de opvolgers van Willem (Reinson I, II en III) zijn zich daarom Van Libeek gaan noemen. Reinson III had geen zonen, wel een dochter, Barbara. Als hij sterft in 1487 gaat de erfenis over naar Barbara en haar man Jan I van Imstenraedt. Hun achterkleinkind Gerard van Imstenraedt verwierf in 1564 de Heerlijke Rechten over Mheer. Onder zijn bewind, en daarna van diens zoon Winand, werd de zuidvleugel gebouwd (1570). Onder diezelfde Winand van Imstenraedt werd ook de kasteelhoeve gebouwd (1612).

    Tekening uit de negentiende eeuw met het oude kerkje De familie van Imstenraedt verbleef zes generaties lang op het kasteel. De laatste was Jan Adolph van Imstenraedt, die gehuwd was met Christina de Loë van Wissen. Door dit huwelijk werd voor het eerst de familienaam de Loë aan het kasteel verbonden, de naam van de huidige kasteelbewoner. Het genoemde echtpaar van Imstenraedt-de Loë bleef kinderloos, waardoor het
    kasteel door vererving in eigendom kwam van Christina's neef Philipp Christoffel baron de Loë, heer van Wissen en Conradsheim. Sinds 1668 is het kasteel nu al onafgebroken in bezit van de familie de Loë. Het enige dat veranderde is dat de familienaam in de loop der eeuwen is verfranst.

  • Kasteelheren
    Jan Adolf van Imstenraedt Vanaf de 14e eeuw is het kasteel in bezit van de familie Van Mere / Van Libeek, vanaf het einde van de 15e eeuw Van Imstenraedt en sinds 1668 de Loë.

    Willem van Mere
    Reinson I van Mere / van Libeek
    Reinson II van Libeek
    Reinson III van Libeek
    Barbara van Libeek die trouwde met Jan I van Imstenraedt
    Jan II van Imstenraedt (verh. 1487)
    Jan III van Imstenraedt (verh. 1528, overl. 1569)
    Gerard van Imstenraedt (verh. 1564, overl. 1572) eerste Heer van Mheer

    Winand van Imstenraedt (verh. 1575, overl. 1622)
    Jan Adolf van Imstenraedt (overl. 1668, kinderloos), benoemt als erfgenaam zijn aangetrouwde neef
    Philipp Christoph baron de Loë (1645-1708)
    Jan Adolf baron de Loë (1680-1743)
    Frans Charles Christoph baron de Loë (1720-1795)

    Frans Charles Antoine baron de Loë Na het ancien régime:

    Edmond Assuerus baron de Loë (1749-1813)
    Frans Charles Antoine baron de Loë (1789-1838), eerste gouverneur van Limburg
    Otto Napoleon baron de Loë (1821-1897)
    Levin baron de Loë ( -1925)
    Heinrich baron de Loë ( -1942), met als neef
    Degenhard baron de Loë (1930- ), met als zoon
    Diederik baron de Loë (1965- )

    (verh. - 'verheft', d.w.z. de edelman in kwestie gaat een leenverband aan, hij 'erft' het leen van zijn voorganger)

 Schutterij St. Sebastianus

  • Korte geschiedenis van de schutterij
    Vier-en-een-halve eeuw geleden werd in Mheer een schutterij, een schuttersgilde of een schutbroederschap opgericht. Het juiste oprichtingsjaar zou 1567 zijn en dit zou blijken uit een aantekening onderaan een inventarislijst van zilveren schilden, opgemaakt en eigenhandig geschreven op 30 mei 1898 door Levinus baron de Loë, overgrootvader van de huidige beschermheer van de schutterij, Diederik baron de Loë. Volgens deze lijst zou de zilveren koningsvogel in of omstreeks het jaar 1617 door de toenmalige kasteelheer geschonken zijn aan de schutterij bij gelegenheid van het 50-jarig bestaansfeest en terug tellend zou het oprichtingsjaar van de schutterij van Mheer dan 1567 zijn. Er bestaat enige twijfel over de juistheid van dit gegeven omdat duidelijk op het origineel te zien is dat er geknoeid is met het jaartal en al zou dit niet het geval zijn, dan blijft nog de vraag waar de wijsheid vandaan komt dat de vogel geschonken zou zijn ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan der schutterij. De schutterij is niet in het bezit van geschreven bronnen uit de tijd rond de vermeende oprichting en ook na een intensieve speurtocht in diverse archieven zijn er geen bewijsstukken gevonden die bovenstaande bewering kunnen staven.

    De bewering gedaan in boven aangehaalde inventarislijst : " .... naar 50 jaaren bestaan der schutterij." is, zoals we al zagen, vooralsnog niet te bewijzen. Het is wel zeer aannemelijk dat deze schenking gedaan is bij een bijzondere gelegenheid zoals een gouden jubileum of misschien zelfs een eeuwfeest. Het is ook mogelijk dat de zilveren vogel is aangeboden bij de oprichting van de schutterij, maar deze veronderstelling waag ik te betwijfelen. Het is niet aannemelijk dat een zo kunstzinnig en waardevol geschenk werd aangeboden aan een groepje landslieden dat slechts kort geleden had besloten om een schuttersgilde op te richten. Een zeker bestaansrecht zal men toch wel aangetoond moeten hebben en hoe kon men dit beter bewijzen dan dat men al geruime tijd activiteiten ontplooide. Maar waarom dan precies een halve eeuw? Een mogelijke verklaring is het volgende : in een tijd waarin bijna niemand kon lezen of schrijven werd ook bijna niets opgeschreven. Tradities en gebruiken werden van generatie op generatie mondeling overgeleverd. Een kwart eeuw lijkt wat kort om al een jubileum van een vereninging te vieren in die tijd, want 25 jaren zijn ongeveer de tijd dat een vader zijn zoon ziet opgroeien en volwassen worden; en zo zou ook de schutterij dan gezien worden; pas net volwassen. Een hele eeuw is weer net te lang; dit ligt weer te ver buiten het gezichtsveld van de mensen van toen. Het verhaal is dan al te vaak doorverteld zodat het onbetrouwbaar wordt. Een halve eeuw is oud genoeg om er met respect op terug te kijken en er zijn nog mensen in leven die de oprichting zelf hebben meegemaakt. Meestal kan men zo'n gebeuren in zijn geheugen nog dateren aan de hand van andere gebeurtenissen b.v. vlak voor of na de dood van een dierbare of van een boerderijbrand.

    Koningsvogel
    Het oudste bewijsstuk uit de oprichtingsperiode is de zilveren koningsvogel die gelukkig bewaard is gebleven. De koningsvogel is een zogenaamde "gehele, gegraveerde zilveren vogel met opstaande vleugels op getorst takje met vergulde kroon, kam, snavel en poten". Onder de staart bevinden zich twee zilvermerken: een vijfpuntige ster en en de jaarletter “Q”. Aan de vijfpuntige ster is te zien dat de keuring is geschied in Maastricht en de jaarletter "Q" was in Maastricht in gebruik van oktober 1628 tot november 1629. Er staat geen meesterteken in het zilver ingeslagen waardoor de maker van dit kleinood onbekend is. Onder aan het takje waarop de vogel staat, hangt een goudverguld zilveren schildje, dat uit dezelfde periode stamt als de zilveren koningsvogel, en hierin is een achtdelig alliantie-wapen gegraveerd. Het betreft het alliantie-wapen van het echtpaar Wynand van Imstenraedt-Mheer en Mechtild van den Bongart-Heyden, dat in het jaar 1602 in het huwelijk is getreden. Een zelfde alliantie-wapen uitgevoerd in mergel, aangebracht in 1612, bevindt zich boven de grote toegangspoort die toegang geeft tot de binnenplaats van kasteel Mheer. Het echtpaar van Imstenraedt-van den Bongart-Heyden is dus zeer waarschijnlijk de schenker van deze wisseltrofee maar dit kan nooit gebeurd zijn in het jaar 1628 of 1629. Wynand van Imstenraedt is namelijk, volgens zijn grafsteen in de kerk van Mheer, overleden op 19 september 1622. Als de zilveren vogel een geschenk is van dit echtpaar, dan zal dat toch zeker gebeurd zijn toen Wynand nog leefde! De zilveren vogel zou dus gemaakt en geschonken moeten zijn ná de huwelijkssluiting tussen Wynand en Mechtild en vóór het overlijden van Wynand; dus tussen de jaren 1602 en 1622. Als we dus aannemen dat de zilveren vogel inderdaad is geschonken ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de schutterij en als dit inderdaad gebeurd is tussen de jaren 1602 en 1622, ligt de vermoedelijke oprichtingsdatum ergens tussen 1552 en 1572. Het gehanteerde oprichtingsjaar 1567 wordt dan weer een stuk aannemelijker. Naast de zilveren vogel is de schutterij in het bezit van 106 zilveren schilden en de meeste hiervan zijn koningsschilden. Verder 5 keizersschilden, een herdenkingsschild en een schild zonder inscriptie waarvan de herkomst en de functie niet duidelijk is. Het oudste zilveren schild dateert uit dezelfde periode als de eerste geschreven bronnen, het betreft het koningsschild uit 1726, geschonken door de toenmalige koning Hendrick Pullinckx. Omdat de schutterij niet veel geschreven bronnen bezit zijn het net de zilveren schilden waar uit af te leiden is dat de schutterij door de eeuwen heen, uiteraard met de nodige onderbrekingen, steeds is blijven voortleven. Zo zijn er 8 schilden uit de achttiende eeuw bewaard gebleven, 22 uit de negentiende eeuw en 69 uit de twintigste eeuw.

    In het Rijksarchief Limburg te Maastricht bevinden zich de oudste archiefstukken van de schutterij van Mheer, die dateren uit het begin van de 18de eeuw. (Voor meer informatie rond deze eerste geschreven berichten, zie het volgende artikel.) Uit de geschreven bronnen uit de achttiende en negentiende eeuw blijkt dat de activiteiten van de schutterij voornamelijk rond de broonk geconcentreerd waren. Het vogelschieten wordt gehouden in het voorjaar, er wordt drie dagen feest gevierd tijdens de broonkdagen en een week daarna komen de schutten nog eens bij elkaar om de balans op te maken en het eventuele batig saldo aan Bachus te offeren. Ook heden ten dage zijn de festiviteiten rond de broonk nog steeds hoogtijdagen voor de leden van de schutterij. Het schuttersjaar is nu echter uitgebreid met schuttersfeesten, schietwedstrijden, muziekconcoursen, etc.

    Deze schuttersontmoetingen met een wedstrijdverband begonnen echter pas aan het einde van de negentiende eeuw te ontstaan. Het eerste schuttersfeest, voor zover we kunnen nagaan, dat in Mheer werd gehouden dateert uit 1908. De deelnemende verenigingen kwamen uit de omliggende regio tot aan Munstergeleen toe, maar ook uit de Belgische grensstreek, zoals Remersdaal en Berneau. Omdat de schutterijen in die tijd nog geen eigen muzikanten hadden werden ook muziek- en zanggezelschappen uitgenodigd om deel te nemen. De schutterij van Mheer bezocht toen ook de schuttersfeesten in de regio en ging daarbij ook vaak de grens over. In Visé werd in 1910 zelfs een prijs behaald voor de mooiste vogel. Eind twintiger, begin dertiger jaren begonnen schutterijen zich te verenigen in bonden om de wildgroei aan schuttersfeesten aan banden te leggen. In 1939 trad de heropgerichte schutterij van Mheer toe tot de Rooms-Katholieke Zuid-Limburgse Schuttersbond (RKZLSB) en bleef lid van deze bond tot eind jaren vijftig.

    Berg & Dal
    In 1960 werd de bond "Berg en Dal" opgericht aan de keukentafel van onze toenmalige voorzitter Sjeng Senden. De schutterij van Mheer werd lid van deze kleinere bond en bleef hierbij aangesloten tot 1987. In dat jaar werd de schutterij van Mheer weer lid van de Zuid-Limburgse Schuttersbond, waar schutterij Sint Sebastianus inmiddels weer vijf succesvolle bondsfeesten heeft georganiseerd: in 1992, 1998, 2003, 2010 en 2016.

    ZLF 2007
    Na twintig jaar - hernieuwd - lidmaatschap van de "bond Zuid", mocht schutterij Sint Sebastianus van Mheer in 2007 het Zuid-Limburgs Federatiefeest (ZLF) organiseren. Meer dan 60 schutterijen en ruim 15.000 bezoekers genoten op 15 juli (de warmste dag van dat jaar!) van een geweldig feest. De schutterij van Mheer heeft inmiddels alweer een bondsschuttersfeest achter de rug in 2016 en viert dit jaar haar 450-jarig jubileum.

    Tijdens de Sebastianuskermis in januari 2017 werd de schutterij in de Hoogmis onderscheiden met de Koninklijke Erepenning.


 Arnold van de Krieëmersjtraot

  • Arnold van de Krieëmersjtraot
    een kort verhaal van Jos Senden
    “Zo, veerdig” dacht Arnold toen hij met de riek op de schouder van Aggen Ing de Kriemerstraat naar beneden liep. Thuis wachtte Marieke op hem met een heerlijke maaltijd, zoals elke dag. Voordat hij zijn huis binnenging klopte hij met zijn klompen tegen het kozijn van de deur om de ergste modder buiten het huis te laten. Terwijl hij dat deed keek hij altijd even de berg op. “Dat is och veerdig” mompelde hij zacht. Elke dag had hij de vorderingen kunnen bijhouden van de bouw op de berg. Het Huis Mheer werd uitgebreid. De Eigenhof waar hij werkte was er niet meer. De boederij die bij het kasteel hoorde had plaats gemaakt voor een hele reeks bijgebouwen die zo gerangschikt waren dat ze een gesloten geheel vormden. “Een mooi toevluchtsoord in donkere tijden” had hij Winand, de Heer van Mheer wel eens horen zeggen. Maar hij had ook vaker laten doorschemeren dat hij er geen al te opvallende versterkte burcht van wilde maken. “Dat trekt alleen maar de aandacht van de rondtrekkende legers en ander gespuis aan”, zei hij dan. Het was immers nog niet zo lang geleden dat heel Dalhem werd verwoest en uitgemoord. Ook rond de burchten van Valkenburg en Limbourg was het al lange tijd onrustig. Maar nu de Spaanse en Hollandse krijgsheren een bestand waren overeengekomen waarin geen oorlog werd gevoerd, was het relatief rustig in de streek. Af en toe had men nog wat last van verdwaalde huurlingen maar de moord- en slachtpartijen leken even voorbij en het dorp was nu al een jaar of acht een beetje leefbaar.

    De kasteelheer had deze rustperiode uitgekozen om zijn kasteel uit te breiden. Een jaar of vijf geleden was hij er aan begonnen. Sinds de Spaanse koning Filips II per koninklijk besluit aan zijn vader de erfelijke titel Heer van Mheer had toegekend, hoorde daar uiteraard een bepaalde status bij. Het resultaat daarvan kon Arnold van bij zijn voordeur in de Kriemerstraat zien. Met die hoektorens en schietgaten was zijn werkgever overal op voorbereid. Hij stampte nog een laatste keer met zijn klompen tegen het kozijn. “Aj ! Die verrikde kloompe zunt nog ummer kepot ! Hub ich alwer unne blauwe tieën”.

    Snel werkte Arnold zijn avondeten naar binnen want hij had nog veel te doen. Komende zondag was immers een hele belangrijke dag. De schutterij zou dan uit handen van Heer Winand een zilveren vogel in ontvangst mogen nemen. De schutterij was door de vader van Winand, Gerard opgericht, zo had Arnold van de oude mannen in het dorp vernomen. Bij de pasverworven titel van Heerlijkheid hoorde ook een schutterij had Winands grootvader Jan altijd gezegd. Bovendien kon het in die roerige tijd nooit kwaad om wat sterke mannen op de been te kunnen krijgen voor als er onraad dreigde, zeker met de recente plundering van het klooster van Hoogcruts in het achterhoofd. In 1567 was het dan zover: de schutterij was een feit. Grootvader Jan heeft er maar twee jaar van kunnen genieten voordat hij op zeventig jarige leeftijd stierf.

    “Fieftig jaor”, mijmerde Arnold terwijl hij zijn uitrusting zorgvuldig nakeek. Ze moeten er immers piekfijn opstaan zondag. Arnold was al op hele jonge leeftijd bij de schutterij gegaan. Eigenlijk had hij nog nooit in actie hoeven te komen met de schutterij, behalve met de jaarlijkse Broonk. Die keer dat de schutterij een delegatie van de Luxemburgse Benedictijnen had moeten verjagen was Arnold nog te jong. Hij had zijn vader daar vaker met plezier over horen vertellen. De Benedictijnen wilden hun tienden komen heffen op het Huis Mheer. Die tienden waren volgens afspraak opgeslagen in een schuur van de heer Winant en toen de Benedictijnen hun deel wilden meenemen had Winant de poort van de schuur vergrendeld. “Die tienden zijn dan wel van jullie, maar de schuur staat op mijn grondgebied en daar mogen jullie niet in”, had Winant hen toegesnauwd. Dus konden de paters onverrichterzake naar Luxenburg terugkeren. Een gevaarlijke barre tocht in die oorlogsjaren. De schutterij werd ingeschakeld om de Benedictijnen de grens van de Heerlijkheid Mheer over te zetten. De schaterlach van de heer Winant zou over heel Mheer hoorbaar te zijn geweest. Inmiddels hebben de Bendictijnen hun tiendenrecht verkocht aan de Jezuïeten in Maastricht, maar ook zij zullen aan de Heer van Mheer een kwaaje klant krijgen. Winant is nu eenmaal Heer en Meester van Mheer en daarmee basta. En de schutterij is een belangrijke schakel in het geheel, realiseert Arnold zich en hij is maar wat trots deel uit te maken van die schutterij. Zeker nu het vijftig jarig jubileum gevierd ging worden. “Fieftig jaor, zoe aod wurd è vèrreke neet”. Arnold kon zich niet voorstellen hoe de wereld er vijftig jaar geleden uitzag. Wel had hij al die gruwelijke verhalen van plunderingen, moorden, verkrachtingen en noem maar op, meegekregen.

    De heren van Mheer hebben als goede katholieken altijd aan de kant van de Spaanse koning gestaan. De Hollandse troepen hebben flink huisgehouden in deze streek, maar ook de Spanjaarden spaarden niets en niemand. Het ergste waren nog de huurlegers die niet betaald kregen. Die trokken rond en reageerden hun frustraties af op de plattelandsbevolking. “Fie dat ut noe get rustiger is”, dacht Arnold en keek naar zijn kapotte klomp. Hij moest maar niet klagen over zijn blauwe teen, er zijn ergere dingen gebeurd in en rond het dorp. Misschien is er zondag wel een klompemaker op het kasteel. Zijn gedachten dwaalden af naar komende zondag. Voor zondag had Heer Winand een groots feest aangekondigd. Vanwege het afronden van de bouwwerkzaamheden aan het kasteel en vanwege het vijftig jarig jubileum van de schutterij. In Maastricht had hij een prachtige zilveren vogel laten maken die hij aan de schutterij zou aanbieden. Arnold had de aankondiging zien hangen. En als er zo’n groot feest is dan komen daar ook allerlei kooplui op af. “Mesjiens is dao wal unne kloompemekker bie. Da gèèl ich mich nuuj kloompe”, dacht Arnold vastberaden. Arnold was ervan overtuigd dat er een klompemaker zou komen zondag. Er zal ook wel een schoenmaker zijn, maar zijn schoenen zijn pas vier jaar oud, die gaan nog wel een tijdje mee. Schoenen draagt Arnold alleen als hij naar de kerk gaat. “Bin benuujd wat nog allemaol kump zoondig” Hij had gehoord dat Heer Winand de beste ‘sjeenke’ bewaard zou hebben voor dit feest. “Sjeenk, dat is vur rieke luuj”, werd er in het dorp altijd gezegd. “Zoondig bin ich och riek”, dacht Arnold, ”want ich bin bie de sjötteriej”. Arnold had er zin in: het feest op de nieuwe Kasteelplein. Door de oorlogsjaren was er niet veel te vieren geweest, maar nu de Staatse troepen en de Koninklijke Spaanse legers al een jaar of acht een wapenstilstand in acht namen, kon men zich weer een feestje permitteren. “Zoondig is ut tied !”, dacht Arnold. Hij vroeg zich af of die schele kwakzalver weer van de partij zou zijn. Vorige keer had Marieke een flesje van hem gekocht met zalf tegen de jeuk op haar armen. Nadat ze die troep op haar armen had gesmeerd werd het alleen maar erger. Arnold had haar toen uitgelachen. Arnold keek weer naar zijn klompen. Zijn grote teen kwam eens een kijkje nemen buiten. Zou die kwakzalver ook iets tegen blauwe tenen hebben ? Hij schudde met zijn hoofd. Hij wilde niet het risico lopen om dan door Marieke te worden uitgelachen. “Ich zal die ouw kloompe nog mer neet wegbruuje”. Arnold glimlachte terwijl hij dacht aan die oude zigeunerin die altijd aanwezig was als er iets te vieren was om iedereen gevraagd en ongevraagd de toekomst te voorspellen. “Bruuj noets dieng ouw kloompe weg vurdatse nuuje has”, had hij haar eens horen zeggen.


 Hoe kom ik in Mheer ?

  • Vanuit het noorden via de A2
    Rij via de A2 door de tunnel in Maastricht en neem afslag 56 Gronsveld. Ga aan het einde van de afrit naar links en neem vervolgens op de rotonde de eerste afslag richting Mheer/St. Geertruid. Blijf deze weg volgen tot in Mheer

  • Vanuit het zuiden (België) via de A2
    Komend vanaf de Belgische grens neemt U de afslag 56 Gronsveld en neem aan het einde van de afrit rechtsaf. Neem op de rotonde de eerste afslag richting Mheer/St. Geertruid. Blijf deze weg volgen tot in Mheer

  • Vanuit het zuiden (België) via de Planck
    Komend vanaf de N648 vervolgt u na de Belgische grens de weg naar Nederland (N598) in Reymerstok gaat U linksaf richting Banholt en Mheer.

  • Vanuit het oosten
    Komend vanaf Gulpen of Margraten op de N278 kunt U bj de Hut via de N98 richting Reymerstock rijden. Bij Reymerstock rechtsaf richting Banholt en Mheer.

 Een uniek historisch festijn op een unieke lokatie

  • Welkom in 1617 !
    Dit historisch festijn op de binnenplaats van Kasteel Mheer is een uniek gebeuren waarvan U absoluut getuige moet zijn geweest. De schitterende lokatie, Kasteel Mheer, is het magnifieke decor van dit feest waarin U zich helemaal opgeslokt zult voelen in de tijd van Winand van Imstenraedt. De kasteelheer die ervoor zorgde dat het kasteel zijn huidige vorm kreeg en die de schutterij een prachtige zilveren vogel geschonken heeft. De Koningsvogel is tot op de dag van vandaag hét pronkstuk van de schutterij.

    Laat U meevoeren naar het jaar 1617 en beleef een dag uit het leven van de Mheerdenaar die toendertijd nauw verbonden was met het Huis Mheer. De kasteelpoort staat voor U open en fungeert die dag tevens als tijdspoort die U maar liefst vier eeuwen terug in de tijd tranporteert.


    Wees van harte welkom op zondag 30 april 1617 !!

    Entree is geheel gratis !!

    In het kader van het 450-jarig bestaan organiseert Schutterij St. Sebastianus uit Mheer een Groots Middeleeuws Feest.
    Stap vier eeuwen terug in de tijd en ben getuige van het historische feit dat Winand van Imstenraedt, Heer van de Heerlijkheid Mheer de zilveren koningsvogel aanbiedt aan de 50-jarige Schutterij.
    Deze Koningsvogel, die tot op de dag van vandaag door de Schutterskoningen van Mheer meegedragen wordt, is dus al 400 jaar oud en heeft dus ook een jubileum.
    Daarnaast zullen zich in de entourage van 1617 met onder anderen varken aan het spit, oude ambachtslieden, kwakzalvers, waarzegsters, middeleeuwse muziekgezelschappen en een vuurspuwer allerlei gebeurtenissen afspelen die in die tijd speelden. Zo zal de Heer van Mheer moeten rechtspreken over door de Schutterij gearresteerde onverlaten, de abt van het Benedictijner klooster in Luxemburg zal zijn tienden komen opeisen en zo voorts.
    Het aliantiewapen van Winand van Imstenraedt en Mechteld van den Bongaert. Winand heeft dit wapen boven de ingang van het Kasteel laten inmetselen toen de grote verbouwing van het Kasteel in 1617 gereed kwam
    Kijk ook eens op de website van Schutterij St. Sebastianus Mheer: schutterijmheer.nlschutterijmheer.nl
    Vind ons ook op Facebook : facebook